Uitspraak Raad van State

januari 18, 2018 in Actueel

Op woensdag 17 januari 2018 heeft de Raad van State (RvS) uitspraak gedaan in het beroep van onder andere de Stichting Tegen Windturbines aan het Spui. Deze zaak viel onder het bereik van de Crisis- en Herstelwet en de Coördinatiewetgeving en zou dus maximaal 6 maanden mogen duren. De zaak heeft uiteindelijk gelopen vanaf november 2016. Ook de uitspraak werd telkens uitgesteld. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen. Daar kwam bij dat er niet alleen beroep is ingesteld op grond van wat ‘klassieke’ beroepsgronden (slagschaduw, geluidsoverlast, gezondheid enzovoort), maar ook met nieuwe nog niet eerder getoetste argumenten (dubbele petten van de adviseur, schaarse vergunning, eigen beleidsuitgangspunten van de provincie enzovoort). Ook de behandeling ter zitting gaf aanleiding te veronderstellen dat dit nog geen gelopen race voor de initiatiefnemer zou zijn.

De beroepsgronden zijn zowel procedureel als inhoudelijk van aard. De RvS oordeelt bijvoorbeeld dat kortgezegd de Provincie hier terecht als bevoegd gezag is opgetreden, omdat de zaak al een lange voorgeschiedenis kent en de Gemeente met niets gekomen is. Dat lijkt te schuren met het provinciaal beleid voor andere gemeenten. Ook blijkt niet waarop dan de Provincie zelf tot eigen zorgvuldige afwegingen is gekomen. Een beroep op het verdrag van Aarhus wordt afgedaan als te algemeen; dat is echter precies het omgekeerde van wat dat verdrag uitdrukkelijk voorschrijft. Het betekent volgens de RvS bovendien niet dat het laatste woord over de ruimtelijke ontwikkeling bij de lokale gemeenschap berust… Het ontbreken van draagvlak betekent op zichzelf niet dat het bestreden plan juridisch niet houdbaar is. Wat dat in concrete samenhang zou moeten betekenen blijft geheel onduidelijk.

Er is ook aangevoerd dat een bestuursorgaan een besluit dient te nemen zonder schijn van partijdigheid en vooringenomenheid. Dat de adviseur zowel optreedt voor de initiatiefnemer als voor de provincie is volgens de RvS op zichzelf onvoldoende voor twijfel aan de onpartijdigheid en mogelijke vooringenomenheid van de provincie. Wat dat in de context doet blijft echter ook hier onbeantwoord. Wat dat doet met de gestelde schijn eveneens. Die schijn is immers ten minste wel gewekt. Dat wordt ook niet weersproken.

De provincie is in beginsel gebonden aan haar eigen beleid, maar de provincie zou bij een inpassingsplan niet gebonden zijn aan haar eigen regels uit de verordening. Dat is curieus en welbeschouwd onverenigbaar. Taalkundig is er geen andere uitleg mogelijk dan dat de beleidsvoorwaarden cumulatief gelden, maar de RvS volgt de provincie in een andere uitleg. Ook van gemeentelijk beleid behoeft de provincie zich volgens de RvS zich niets aan te trekken. Hoe dat de toets van eigen zorgvuldig onderzoek kan doorstaan blijft onbesproken.

Op het punt van geluid is door de stichting met nadruk aandacht gevraagd voor het feit dat de van toepassing zijnde regels zijn geschreven voor veel kleinere turbines als waarvan nu sprake is. Dat geeft zodanig andere uitkomsten, dat de bedoeling van de wetgever met het tot stand brengen van die regels niet meer wordt gerealiseerd bij gebruik van de nieuwe turbines. De deskundigen hebben van wege gewijzigde milieutechnische inzichten ook al voorgesteld om een toeslag van 5 dB op het Lden toe te passen. De RvS antwoordt daarop dat er geen wetenschappelijke consensus is over de ontoereikendheid van de geluidsnormen. Over het verschil in hoogte en de effecten daarvan in relatie tot de bedoeling van de wetgever laat de RvS zich in het geheel niet uit. Het punt van de stichting blijft dus onweersproken overeind.

De volkomen gekunstelde constructie om te ontkomen aan de beperkingen voor realisatie van een windpark door het introduceren van een tweede molenaarswoning wordt door de RvS eveneens ongemoeid gelaten.

De stichting heeft verder aangevoerd dat er sprake is van een schaarse vergunning. In die situatie moeten andere potentiële gegadigden gelijke kansen krijgen om in een transparante procedure mee te dingen naar een vergunning voor de realisatie. Volgens de RvS heeft de stichting geen belang bij die stelling, zodat niet wordt voldaan aan het relativiteitsvereiste. Daarmee zegt de RvS eigenlijk dat de stichting geen belanghebbende is. De RvS stelt echter niet vast dat de stichting of (mede) met haar verbonden privé personen geen potentieel belanghebbenden kunnen zijn.

Tot zover een eerste korte en beperkte analyse van de uitspraak. Deze is teleurstellend te noemen, niet alleen in het licht van de mogelijke verwachtingen omtrent de uitkomst, maar meer specifiek in het licht van de hiervoor genoemde punten. De uitspraak draagt een overwegend instrumenteel en (rechts-)politiek karakter en overtuigt geenszins. Deze stand van zaken stelt bovendien teleur, omdat er maar één keer wordt getoetst en wel hier te lande in hoogste ressort. Met deze uitspraak moeten we het nu dus in beginsel doen. Mogelijk dat nog een internationale rechter of college – zoals bijvoorbeeld het Hof van Justitie of het Gerecht te Luxemburg – de uitspraak kan toetsen strekkende tot vernietiging, maar dat is nog onderwerp van verder onderzoek. Wordt vervolgd!

Peter A. de Lange

Verslag zitting 28 september jl.

september 29, 2017 in Actueel

Barendrecht, 29 september 2017
Verslag zitting Raad van State
Op donderdag 28 september 2017 vond de behandeling van de ingestelde beroepen plaats tegen kort gezegd het besluit van de Provincie Zuid-Holland een vijftal windturbines te plaatsen in de polder langs het Spui in de gemeente Korendijk ter hoogte van de woonkernen Nieuw-Beijerland en Piershil bij de Raad van State te Den Haag. De Stichting tegen Windturbines aan het Spui is daarbij partij, evenals haar bestuurders. Tevens waren aanvankelijk ook meer dan 100 personen via een lijst als partij aangevoerd, maar op praktische gronden zijn deze verder in de procedure als ondersteuners en sympathisanten van de Stichting aangemerkt. De Stichting trekt zich ook de belangen van haar grote achterban aan, die elk draagvlak aan de besluiten ontnemen en serieuze participatie daaraan tot een wassen neus maken.

Ook de gemeenten Korendijk en Nissewaard waren vertegenwoordigd, naast een aantal omwonenden als appellanten, met name de heer Stuart, mevrouw Van den Dool en de heer Sonneveld. Verder waren uiteraard diverse bestuursleden en betrokkenen van de stichting van de partij, alsook diverse (oud-)raadsleden van de gemeente Korendijk. Ook de initiatiefnemer, de provincie Zuid-Holland en dubbeladviseur Bosch en Van Rijn (zowel voor de initiatiefnemer als voor de provincie) waren aanwezig en vertegenwoordigd.

De Raad van State had op voorhand Agenda gemaakt. De voorzitter begon met de insteek van de Raad van State aan te geven en de wettelijke beperkingen die daarbij aan die Raad zijn opgelegd. Het gaat er daarbij niet zozeer om of en zo ja welke alternatieven er zijn, maar welke onderdelen naar wettelijke maatstaven – niet of in onvoldoende mate voldoende aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening en in het kielzog daarvan het bewaren en bewaken van een goede leefomgeving voor mens, dier en plant – aan realisatie in de weg staan, op grond waarvan de genomen besluiten geheel of ten dele teruggedraaid of gewijzigd dienen te worden. Ook de eisen voor ontvankelijkheid en relativiteit (het zijn van belanghebbende in wettelijke zin en rechtstreeks belang hebben) beperken filteren de mogelijkheden.

Verder was de zitting uitsluitend bedoeld voor het beantwoorden van vragen, waarbij geen gelegenheid werd geboden voor het pleiten, uitgebreide mondelinge toelichtingen of een interactief debat. Er mocht slechts kort en zonder in herhaling te vallen geïsoleerde vraagpunten worden beantwoord. Dat maakte het type behandeling wel wat erg kort en zakelijk en daarmee enigszins onbevredigend, met name ook omdat er een duidelijke samenhang in de verschillende onderdelen zit, die nu ter zitting eigenlijk niet uit de verf kwam.

Namens de Stichting heb ik van meet af aan niet zozeer primair ingezet op de ‘klassieke’ elementen rondom windturbines, zoals slagschaduw, licht- en geluidshinder, gezondheid, flora, fauna, etcetera, maar gezocht naar specifieke, minder verkende en meer vernieuwende onderdelen. In ons geval gaat het dan met name om gebrek aan onpartijdigheid en onafhankelijk c.q. vooringenomenheid, de rechtsfiguur van de schaarse vergunning en om veranderende milieutechnische inzichten. Ik licht deze punten kort toe.

Lees de rest van dit item →

Voortgang rechtsgang

februari 22, 2017 in Actueel

Barendrecht, 21 februari 2017

Beste mensen,

In de eerste plaats vind ik het belangwekkend dat de Raad van State een onafhankelijk deskundige heeft benoemd die specifiek onderzoek moet gaan doen naar de beroepsgronden betrekkelijk tot veiligheid en geluid. Dat betekent kennelijk dat de RvS die onderdelen kennelijk onvoldoende uitgewerkt vindt om daarover zonder nader onderzoek al te kunnen oordelen. Dat is dan dus geen plus voor de initiatiefnemer noch voor de Provincie als bevoegd gezag.

Het tweede met het voorgaande samenhangende punt is dat de RvS ook aangeeft dat de zaak waarschijnlijk niet binnen de wettelijke uitspraaktermijn afgedaan kan worden. Dat betekent dus verdere vertraging. In beginsel is ‘time at our side.’ Kennelijk is het allemaal toch niet zo eenvoudig als initiatiefnemer en Provincie ons wil laten geloven.

Zoals bekend heeft Gedeputeerde Weber (terecht) schriftelijk aangegeven dat het instellen van beroep bij de RvS geen schorsende werking heeft. Wel zou de initiatiefnemer bereid zijn te wachten op het oordeel van de RvS. Dat betekent dus meer vertraging en uitstel. Mocht er tussentijds toch voorbereidend worden gestart, dan kunnen wij een voorlopige voorziening vragen om dat af te stoppen.

Het is nog niet te laat. Wordt vervolgd!

Met vriendelijke groet,

Peter A. de Lange

Wind in de zeilen

december 27, 2016 in Actueel

We weten nog niet wanneer onze zaak voor de rechter komt, maar verwachten dat dat niet eerder is dan februari 2017. Hieronder een update van onze raadsman.

‘Wind in de zeilen’
door: Mr Peter A. de Lange
Namens de stichting Stichting Tegen Windturbines aan het Spui, haar bestuur en meer dan 100 belanghebbenden, is begin november 2016 bij de Raad van State in Den Haag beroep ingesteld tegen een drietal besluiten die de komst van 5 windturbines tussen Nieuw-Beijerland en Piershil mogelijk zouden moeten maken. De volledige tekst van het beroepschrift kunt u vinden op de website van de stichting. De betrokken partijen kunnen een verweerschrift indienen. Naar verwachting zal daarna een mondelinge behandeling ter zitting plaatsvinden. De totale behandeling moet in beginsel binnen een halfjaar na de start daarvan afgedaan worden.
Met het instellen van het beroep is het de eerste keer dat een rechter naar dit dossier zal kijken en de ook al eerder ingenomen standpunten zal toetsen. Dat is nog niet eerder gebeurd. Eerder was alleen de politiek nog maar aan zet. Er heeft dus tot op heden geen onafhankelijke juridische toetsing plaatsgevonden. Dat gaat nu uiteindelijk dus wel gebeuren.   Lees de rest van dit item →

Stichting stapt naar de rechter

november 17, 2016 in Actueel

Bijgaand het beroepschrift-raad-van-state, zoals ingediend bij de Raad van State. Zoals u zelf kunt lezen hebben we voldoende punten om bij de rechter voor te leggen. Zoals eerder aangegeven, hebben we er heel veel vertrouwen in dat de rechter het lopende proces van plaatsing van 5 turbines aan het spui zal stopzetten.

Slecht, slechter, slechtst

september 30, 2016 in Actueel

Bijgevoegde foto’s zijn van de windturbines in de Noord-Oost Polder bij Urk. Diameter aan de voet 14 meter. Ashoogte 140 meter, tiphoogte meer dan 200 meter. Turbine 7,5 MW. Deze zijn in de omgevingsvergunning aan

Klein Piershil ook toegestaan als aan de geluidseisen wordt voldaan.

img_0863img_086111

Kom allemaal op 22 juni naar Piershil

juni 17, 2016 in Actueel

posterOp 22 juni komen de statenleden van de Provincie naar Korendijk om de insprekers aan te horen die hun visie geven op de Nota van Beantwoording zienswijzen Windpark Spui. Zij krijgen tevens een rondleiding en gaan het gebied bekijken waarover ze allerhande beslissingen nemen; het geplande windpark Spui. Wij zijn er meer dan ooit tevoren van overtuigd dat dit park er nooit zal komen. En dat heeft alles te maken met de verzamelde documenten / feiten die wij zullen laten toetsen bij de rechter. Door nieuwe ontwikkelingen zijn onze kansen nog groter geworden. Naar onze mening is het duidelijk dat de provincie op een dood spoor zit.

WIJ VRAGEN JULLIE STEUN.
KOM OP WO 22 JUNI VANAF 19.00 UUR NAAR HET GEMEENTEHUIS IN PIERSHIL.
DOOR MET VELEN AANWEZIG TE ZIJN, LATEN WE DE PROVINCIE WETEN DAT WINDPARK SPUI ECHT GEEN OPTIE IS.

Lees de rest van dit item →

Programma 22 juni a.s.

juni 17, 2016 in Actueel

Tijdschema Hoorzitting PIP Windpark Korendijk 22 juni 2016 (gewijzigde versie d.d._16 juni 2016)

Provincie op dood spoor

juni 15, 2016 in Actueel

De stichting roept al langere tijd voldoende argumenten te hebben om in een rechtszaal de bouw van windturbines op locatie 50 te kunnen stoppen. Dankzij ontwikkelingen elders in het land en verzamelde jurisprudentie zijn we steeds zekerder van onze zaak. Hoewel het erop lijkt als je de Nota van Beantwoording zienswijzen Windpark Spui van 7 juni 2016 leest dat de komst van 5 grote windturbines niet langer te bestrijden is, weten wij gelukkig wel beter!

Een paar belangrijke punten om dit duidelijk te maken.
1) Allereerst zijn de stukken in hoofdzaak afkomstig van de provincie zelf. Met het goeddeels ongegrond verklaren van de zienswijzen meent de provincie dat zij haar eigen werk goed heeft gedaan. Dat klopt echter niet. Het is vrij eenvoudig te constateren dat de plannen op een aantal onderdelen direct strijdig zijn met de eigen eisen en voorwaarden van de provincie zelf. De technische infrastructuur ontbreekt geheel, er is geen grootschalige bedrijvigheid en er is slechts een beperkte overgang tussen land en water. Dat alles levert onbegrijpelijke en innerlijk tegenstrijdige conclusies en uitkomsten op. Het laatste woord daarover is echter niet aan de provincie, maar aan de rechter. Tot op heden heeft er nog geen rechter over deze situatie geoordeeld. Dat kan pas in een later stadium. Anders dan de provincie is en oordeelt de rechter wel onafhankelijk. Lees de rest van dit item →

Zienswijze van de stichting TwtahS

mei 22, 2016 in Actueel

Zienswijze 28 april 2016