Provincie op dood spoor

juni 15, 2016 in Actueel

De stichting roept al langere tijd voldoende argumenten te hebben om in een rechtszaal de bouw van windturbines op locatie 50 te kunnen stoppen. Dankzij ontwikkelingen elders in het land en verzamelde jurisprudentie zijn we steeds zekerder van onze zaak. Hoewel het erop lijkt als je de Nota van Beantwoording zienswijzen Windpark Spui van 7 juni 2016 leest dat de komst van 5 grote windturbines niet langer te bestrijden is, weten wij gelukkig wel beter!

Een paar belangrijke punten om dit duidelijk te maken.
1) Allereerst zijn de stukken in hoofdzaak afkomstig van de provincie zelf. Met het goeddeels ongegrond verklaren van de zienswijzen meent de provincie dat zij haar eigen werk goed heeft gedaan. Dat klopt echter niet. Het is vrij eenvoudig te constateren dat de plannen op een aantal onderdelen direct strijdig zijn met de eigen eisen en voorwaarden van de provincie zelf. De technische infrastructuur ontbreekt geheel, er is geen grootschalige bedrijvigheid en er is slechts een beperkte overgang tussen land en water. Dat alles levert onbegrijpelijke en innerlijk tegenstrijdige conclusies en uitkomsten op. Het laatste woord daarover is echter niet aan de provincie, maar aan de rechter. Tot op heden heeft er nog geen rechter over deze situatie geoordeeld. Dat kan pas in een later stadium. Anders dan de provincie is en oordeelt de rechter wel onafhankelijk.
2) De gemeente Korendijk heeft zich altijd op het standpunt gesteld medewerking te willen verlenen aan realisatie van de opgave van de windenergie op land binnen haar gemeentegrenzen. De provincie legt dit nu uit als een weigering om die medewerking te verlenen en niet tot overdracht van bevoegdheden te komen. Dat standpunt is uiteraard volstrekt onhoudbaar. De gevolgde procedure is dan ook onjuist en wordt ten onrechte toegepast. De burgers staan buitenspel en ook de gemeente is door de provincie buitenspel gezet. Dat betekent dat er per definitie geen sprake is van democratische besluitvormingsprocessen. De burgers willen deze locatie niet en dat geldt ook voor de vertegenwoordigers ter plaatse die door die burgers democratisch zijn gekozen.
3) De provincie heeft alleen locatie 50 aangewezen als plaats waar een windmolenpark gerealiseerd mag worden. Die plek is slechts aangewezen omdat een grondeigenaar het initiatief heeft genomen. Daarbij wordt echter volledig over het hoofd gezien dat uit Europese en nationale rechtspraak dwingend volgt dat er reële mededingingsruimte voor andere initiatiefnemers en exploitanten moet worden geboden. Die ruimte is hier niet geboden, integendeel welbewust uitdrukkelijk uitgesloten. Dat mag niet. Daarom zal te zijner tijd de Raad van State – of waar nodig later – het Europese Hof van Justitie hier naar verwachting ingrijpen en deze gang van zaken ongedaan maken. Dat sluit ook aan bij de Aarhus-regelgeving. Daar loopt intussen ook al een procedure over dit type kwesties. Blijkens eerdere uitspraken is het schenden van die rechtsnorm eenvoudigweg ontoelaatbaar. Er is nu immers sprake van favoritisme en willekeur.
4) De beoogde initiatiefnemer heeft een negatief eigen vermogen en kan dit windpark dus niet zelf ontwikkelen. De businesscase is onvolledig, deugt niet, dit  terwijl de energieprijzen alsmaar dalen. De vraag is of de aanleg gerealiseerd kan worden en er zijn gerede twijfels of er voldoende middelen zijn om de garanties en aansprakelijkheden in voldoende mate af te dekken. Er is geen enkel zicht op adequate economische uitvoerbaarheid en juridische borging daarvan. De maatschappelijke uitvoerbaarheid is daarmee in het geding.
5) Windturbines in de buurt van woon- en leefomgevingen gaan per definitie hinder en overlast van allerlei aard veroorzaken. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid die hinder en overlast tot een minimum te beperken. Dat kan door een locatie te kiezen die het minste hinder en overlast geeft en vergunningen en aanvragen voor andere locaties te weigeren. Dat doet de provincie niet. Zij zal dit straks ook niet goed kunnen uitleggen in de vervolgprocedure. Waarom natura-2000 gebieden (flora en fauna) voorrang krijgen op de gezondheid en het welbevinden van de mens wordt ook al niet duidelijk. Het alternatievenonderzoek op Voorne-Putten wijst intussen uit dat plaatsing van windturbines op de kop van het Spui in de Leenherenpolder een meer dan reële optie is. Het namens de gemeente uitgevoerde onderzoek maakt volstrekt helder dat er tal van andere locaties te vinden zijn. Alleen al vanuit de optiek van mededinging en hinder en overlast is aanwijzing van locatie 50 een onhoudbare optie.

De provincie zit met haar tunnelvisie voor locatie 50 met grote snelheid en ogenschijnlijke daadkracht volledig op dood spoor. Zij denken dat het eindstation bijna is bereikt. Locatie 50 wordt het echter niet!! Er komen daar geen windturbines aan het Spui. De provincie heeft uiteindelijk toch niet het laatste woord.